Archief voor april, 2011

Burgertrutten

Geplaatst: 7 april 2011 in actualiteit, burgerlijkheid
Tags:Viva-onderzoek
17

De burgerlijkheid is in. Althans, als die langs het meetlatje van het mutsenblad Viva wordt gelegd. Zet al je zorgen maar opzij na het onderzoek dat het periodiekje verrichtte onder maar liefst 1043 welwillende dames. Natuurlijk trek je niet dezelfde jas/trui als je partner aan. Ben je besodemieterd? Ook de tupperwareparty komt nog steeds niet door de ballotage. En waag het bovendien niet om je met het hele gezin op de meubelboulevard te vertonen.
Driekwart van de ondervraagden blijkt echter helemaal niet met de Nieuwe Burgerlijkheid te zitten.
Toppertjes?
1.Met de bakfiets je kinderen van school halen.
2.Het dragen van Uggs en Björn Borg onderbroeken.
3.Prosecco drinken met vriendinnen.

Mag ik er, volstrekt onwetenschappelijk, nog eentje aan toevoegen?
4.Met het hele gezinnetje, een bakje borrelnootjes onder handbereik, naar Tijd voor Max kijken.
Met afstand het meest burgertruttige programma dat dagelijks om half zes over het scherm trekt.

Advertenties

Perverse gedachten

Geplaatst: 7 april 2011 in sport
Tags:Champions Leage, perversiteit?
8

Wat heeft zo’n in en in keurige en saaie Van der Sar nou al die jaren te zoeken gehad te midden van het klootjesvolk van de Fergusons en een Rooneys? Vraag ik me op een verlaten moment wel eens af. De respectabele leeftijd van veertig jaar verhindert hem niet om nog steeds even stijlvol als gestrekt as always naar de hoek te gaan, bleek gisteravond maar weer eens. Er is niemand op de wereld te vinden die zo onsmakelijk op z’n kauwgum kauwt als die eeuwig chagrijnige coach van United. En iedere keer als die bonkige, ordinaire hoerenloper van een spits in beeld komt, denk je toch: Vrouwen en kinderen eerst! Maar scoren doet ie wel. Aan de lopende band.
Even serieus: ben ik nou de enige met perverse bijgedachten bij het zien van deze AP-foto?

Spookrijder

Geplaatst: 6 april 2011 in onderwijs
Tags:sjoemelcultuur
2

Straks had ik toch een tussenuur? Of ik even wilde langskomen.
Peter, de bovenmeester van onze prachtige onderwijsinstelling, schoot me aan in een eindeloze rij mopperende collega’s die langzaam opstoomde naar de koffieautomaat. Je moet tegenwoordig je klas tegen alle voorschriften in toch echt wel ruim voor de bel je klas uit jagen, wil je binnen die twintig minuten waarop je volgens de cao recht hebt, je hoogverdiende shot cafeïne scoren en ook nog een beetje relaxed wegslurpen. Relaxed? Was het maar waar.
Daar ging m’n zorgvuldig geplande correctie-uurtje. Een docent Nederlands is een bevoorrecht mens. En als je bij dat prachtige, veelzijdige vak bovendien de vinger een beetje adequaat aan de pols wilt houden dan ben je dagelijks behoorlijk aan de beurt met je rooie pen.

‘Wij vinden dat je een uitstekende leraar bent’, stak Peter twee uur later van wal. Je hebt een hartverwarmende taakopvatting, konden we dat maar van iedereen zeggen, en de uiterst creatieve manier waarop je het allemaal na zoveel jaar (?) nog steeds vol enthousiasme invult, ik ben er diep van onder de indruk.’

En om z’n woorden kracht bij te zetten somde hij een paar voorbeelden op waarvan hij in de wandelgangen kennelijk lucht had gekregen. Die ‘zoveel jaren’ waren er inmiddels zo’n vijfendertig. Een echte prestatie vond ik dat niet voor iemand die voor z’n vak gaat.
Los van die prachtige woorden waren we inmiddels hard op weg naar het onontkoombare MAAR dat onverwijld weer zou leiden tot de voor mij overbekende materie. Die ouwe, opgewarmde prak. En ja hoor, daar hadden we ‘m dan: ‘Maar je cijfers in havo-3 zijn te laag’.

Peter, gelouterd in jarenlange schoolleidertrainingen beheerste de essentie van het slecht-nieuws-gesprek tot in de puntjes. Laat dat maar aan hem over. Geen doekjes er omheen, gewoon recht voor z’n raap. Klasse.
Hij had natuurlijk het grootste gelijk van de wereld, onze Peter. Van die cijfers werd een mens, en zeker de rector van een scholengemeenschap niet vrolijk. Geen wonder als je jaar in jaar uit het gehijg van de inspectie met z’n dodelijke afstroomgegevens in je nek voelt. Voeg daar nog eens aan toe die telkens terugkerende, uiterst verhelderende rapporten van het dagblad Trouw die als zwaarden van Damocles boven het onderwijs hangen en het schoolleidersplaatje is compleet.
Ook voor mij waren die cijfers een voortdurende bron van grote zorg. Op alle mogelijke manieren probeerde ik het tij te keren. Bij het onderdeel tekstverklaring bijvoorbeeld, toch waarachtig niet de simpelste vaardigheid, had ik de open vragen noodgedwongen al lang en breed vervangen door de geheel eigentijdse meerkeuzeopdrachten. En ik moet zeggen, daar klaarde de lucht aardig van op.
Een beetje handig manipulerende leerling stelde ik aldus zonder al te veel gewetenswroeging in de gelegenheid zich naar een acceptabele score te gokken. Mij heb je.
Maar er zijn grenzen. Want als er verder een beetje écht naar de vereiste en objectief meetbare kennis en vaardigheden gevraagd werd, gaf een deel van de aan mij toevertrouwde h3-studenten over het algemeen niet thuis. Goedbeschouwd kon je ze niet zoveel verwijten. Dan hadden we die goeie ouwe mavo ook maar niet moeten dumpen, het schooltype waarin het gros van die bloedjes van kinderen eigenlijk thuishoorde.
Om toch vooral maar de nachtmerrie van menig ouder, het door ‘kenners’ als inferieur afgeschilderde vmbo, te ontlopen, waren ze met een rijkelijk optimistische havo-prognose de school ingeduwd. En dan doen twee brugjaren de rest. Een team van gulle, empathische kindervrienden wier horizon doorgaans niet verder reikt dan die eerste twee jaren, is volgaarne bereid alle registers open te trekken om de optimale kansen er voor ze uit te peuren. Aan competenties geen gebrek.

Steunend op jarenlange routine en met een schat aan statistische gegevens die mijn uitgekiende toetsen opleverden, mocht ik toch waarachtig wel een ervaringsdeskundige genoemd worden. En die neergaande spiraal werd een gegeven waar je, hoe graag je dat ook anders zag, niet meer omheen kon.
Het versoepelen van de normering heeft z’n grenzen. Dat vonden een paar andere ouwe rotten diep in hun hart ook wel. Maar de meesten van hen hadden met het oog op hun gemoedsrust en uit puur zelfbehoud langzamerhand al lang afgehaakt. Liters water hadden ook zij bij de wijn gegoten. De stroom van een rivier hou je niet tegen. Maar ik weigerde vooralsnog te capituleren.

Eerst had de schoolleiding het met deze ‘laatste der Mohikanen’ nog listig geprobeerd via de conrectrix, een dame wier finest hours tijdens haar dagelijkse, ruim geconsumeerde pauzes in de docentenkamer lagen, die ze volop benutte om haar gigantische belezenheid met luider stemme en met een dictie die op de hockeyclub bepaald niet zou misstaan, te etaleren. Maar wat er zo door de bank genomen van een derdeklasser gevraagd werd, daarvan wilde bij haar het superieure inzicht niet doorbreken. Ze moet zich er haarscherp van bewust zijn geweest. Het maakte de communicatie er in ieder geval niet gemakkelijker op. Hoe ik het ook probeerde, om nou te zeggen dat ons onderhoud écht inhoudelijk werd, nou nee! En wat mij betreft gingen dan de hakken stevig in het zand. Spookrijder noemde ze me. Daar kon ik het mee doen. Zou dát het zijn: inspirerend management?

Terwijl de spookrijder maar hardnekkig tegen de stroom in bleef roeien, werd zij weldra op een zijspoor gemanoeuvreerd omdat duidelijk werd dat het met de bij haar veronderstelde competenties ook niet echt wilde vlotten. En ook haar opvolger met wie voordat ie tot het middenmanagement toetrad nog wel eens een realistisch onderonsje te plegen was over deze materie, gaf er onmiddellijk vanaf zijn benoeming blijk van, aangestoken te zijn door het virus waar zo’n net boven het voetvolk aangestelde functionaris pijnlijk onder schijnt te moeten lijden. Cynisme was mijn deel op de rapportenvergaderingen.

Ik keek Peter aan. Het was duidelijk: ook nu was er weer weinig of geen zicht op inhoudelijke argumenten. Reden waarom ik besloot het voor de verandering maar eens over een geheel andere boeg te gooien. Van mij kon ie ‘m krijgen: ‘Zeg maar hoeveel iedere leerling er bij moet krijgen’, bood ik hem genereus aan. Om te illustreren waarover we het eigenlijk hadden, griste ik uit mijn tas een stapel blaadjes van een recent gemaakt proefwerk, waarvoor de term wanprestatie nog een understatement van de bovenste plank was. Als het al niet ging om basisschoolstof, dan hadden ze toch in ieder geval in het eerste brugjaar een persoonsvorm van een onderwerp van elkaar moeten kunnen onderscheiden. Het was een drama geworden en de cijfers waren er dan ook naar. Mijn meelevende vakcollega’s hadden het de dag tevoren nog asgrauw van ellende doorgebladerd.
‘Maar als jij van deze vieren, zevens wilt maken, je zegt het maar.’
Zo bedoelde Peter het natuurlijk niet maar waar hij in werkelijkheid naar toe wilde, kon hij op geen enkele manier duidelijk maken.
Tussen ons lag het overbekende en onuitgesproken gegeven. Beiden wisten we haarscherp waar de schoen wrong. Een schoolleiding ziet het liefst zo veel mogelijk leerlingen in een zo kort mogelijke tijd met een diploma de tent verlaten. Daarmee scoor je tegenover de inspectie en vooral de ouders.
En de deskundigheid van de vakdocent die uit z’n vak wil halen wat er in zit, mag dan een gegeven zijn waar we niet aan durven te tornen, zodra deze de felbegeerde vlotte doorstroming in de weg staat, wordt het alle hens aan dek.

De bel ging voor het volgende lesuur waarvoor een vwo-klas op me zat te wachten waarbij dit soort problemen in de verste verte niet speelde. Half opstaand verwachtte ik tegen beter weten nog zoiets als een aanzet voor een ultieme oplossing van de kant van het inspirerende management.
Het gesprek vol wederzijds respect kabbelde echter vrijblijvend naar een zielloos einde.

Knoop daar nog maar ’s een touw aan vast

Geplaatst: 5 april 2011 in actualiteit, media, politiek
Tags:Of all people: Rita Verdonk, P&W
9

Je kunt lullen wat je wilt, een bijtertje is het wel. Op het moment dat iedereen haar zo ongeveer definitief vergeten zou moeten zijn, weet ze toch weer op te duiken in een programma als P&W, dat qua gasten gisteren ten onder dreigde te gaan aan pure bloedarmoede. Om de wereld kond te doen van haar geheide onmisbaarheid.
De meest courante spindoctors zijn inmiddels wel afgeserveerd, met Kay win je geen enkele oorlog, maar aan de keukentafel in Nootdorp zijn welgemoed de lijntjes uitgezet voor een pakkende revival. Alle gaten in de markt werden zorgvuldig geïnventariseerd. En de keus viel uiteindelijk op de homo’s. Je moet toch ergens beginnen. De contacten met De Scene, wie herinnert zich niet haar hartverwarmende aanwezigheid als gerespecteerd bootvluchteling bij de Pride, werden opgewarmd.
En ziedaar: een maandelijks columnpje op de website Gay.nl.
Onze ex-PSP-er mocht er over komen uitlekken in onze late night talkshow. Inclusief de verontwaardigde mondhoekjes en de pupilletjes die bij haar ongenoegen altijd zo karakteristiek tegen de bovenste oogleden aan kruipen.
Ze overzag het tableau. Debiteerde wat ingetrapte open deuren richting de strafpleiter die het op z’n minst wat verdachte straatje van haar geridderde leger/kroeg/coke-held Marco Kroon moet schoonvegen. Waarna het de hoogste tijd werd om haar geloofsbrieven met betrekking tot Gay.nl op tafel te leggen.
Wat Rita betreft was dat onderwerp echter snel geschoren. Ze kwam voor gans andere zaken. Die wachtgeldregeling begint te knellen. Ze is een eigen bedrijfje begonnen dat ondernemingen gaat adviseren die gefrustreerd dreigen te raken door de overheid. ‘Ik kan een gids voor ze zijn’, verklaart de Iron Lady die, vrij van alle knellende banden uit het verleden, helemaal klaar is voor diep doorwrocht advieswerk, coaching en het geven van lezingen. Het kan niet anders of dat zal, zeker als ze daarbij gebruik maakt van de cineastische hoogstandjes van vriendje Willibrord Frequin, een ongekend succes worden.
Maar dáárvoor was ze niet uitgenodigd. En de presentatoren wisten niet hoe snel ze haar STER-spotje onder de tafel moesten schoffelen.
Voor de hoed en de rand zijn we dus aangewezen op haar clubblad de Telegraaf. Sinds jaar en dag de spreekbuis voor haar grote ongenoegen. Én dat van Ajax-Verlosser JC.
Het gaan weer mooie tijden worden.

Illustratie: Joep Bertrams

Naar de Heineken Music Hall hoeven we dus niet

Geplaatst: 4 april 2011 in theater
Tags:Goeiesmorgens de musical, Jiskefet in de fout
8

Ik vreesde al met grote vreze. En als we Volkskrant theaterrecensent Hein Janssen wiens mening ik doorgaans redelijk betrouwbaar acht, mogen geloven, is dat voorgevoel meer dan terecht.
Goeiesmorgens, de Musical is het helemaal niet dus.
Jammer. Als fan van de tv-satire van Jiskefet heb ik al jaren een zwak voor de drie heren die het gat dat mijn absolute-favorieten-for-ever Van Kooten & De Bie lieten liggen, vaak prima opvulden. De kantoorhumor, de Lullo’s. Wie lustte er eigenlijk geen pap van? En vooral niet te vergeten hun laatste kunstje Sint Hubertusberg, dat ons op tragikomische wijze de spiegel van ons voorland voorhield. Het waren afleveringen die een regelmatige herhaling – en dat is een graadmeter- met glans doorstaan.
Er is bij de heren enige arrogantie in geslopen. En wat erger is: dedain. Plaatste Koch onlangs in de Volkskrant niet vraagtekens bij het gesubsidieerde theater, waar volgens hem drie maanden gewerkt wordt aan een voorstelling, terwijl Jiskefet in drie weken een musical in elkaar zet?
Broddelwerk dus. Want als een theaterrecensent, die doorgaans bereid is behoedzaam om te springen met gevestigde reputaties, het afdoet met: Een gemakzuchtige haastklus met als enig doel een paar avonden op bedenkelijk niveau de Heineken Music Hall op stelten te zetten, dan zijn de rapen gaar.
Heb je nog geneukt? was als theatershow al drie keer ruk. Kan gebeuren. En dan gaan ze er nu dus nog maar ’s dunnetjes overheen. Wie maakt ze wat?
Wat mankeert de heren? Is geldgebrek de drijfveer voor deze schnabbeltoer? Dat geldt dan in ieder geval niet voor Koch voor wie de kassa na het Diner onophoudelijk rinkelt.
Na tv-optredens bij DWDD en Ivo Niehe werden de vijf oorspronkelijk geplande voorstellingen razendsnel aangevuld met een zesde en zowaar een zevende. Om 35-65 Euro neer te tikken voor slechts twee sublieme nummers op een avondvullend programma, daar staan we niet voor te trappelen.
Jammer, jammer!
Heineken Music Hall, Amsterdam van 1 t/m 7 april. Jiskefet.nl.

Gezang 293

Geplaatst: 4 april 2011 in actualiteit, sport, theater, zorg
Tags:ajax, de verlosser roert zich, eschatologische heilsverwachting, het orakel, Johan Cruijff, maar is hij wel aanwezig?
9

Wat de toekomst brengen moge,
mij geleidt des Heren hand;
moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalme moed!

Heer, ik wil Uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister,
als ik in Uw hemel kom!

Laat mij niet mijn lot beslissen:
zo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behand’len,
dat alleen de weg niet vindt:
neem mijn hand in Uwe handen
en geleid mij als een kind.

Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.

Zo’n bijdrage schrijf je nooit zonder een degelijke opvoeding. Zeker het eerste couplet kon ik na 55 jaar nog vlotjes uit m’n hoofd intikken. Met dank aan m’n ouders.

De klokkenluider, de spijkerbroek en de kat

Geplaatst: 3 april 2011 in actualiteit, fotografie, Klokkenluiders, media
Tags:klokkenluider Verberne, ROC Rijn-IJssel
12

Als je geschoren wordt, moet je stil blijven zitten. Mijn kuteitjes van gisteren zijn breeduit door de professional neergesabeld. Terecht. En ik geef onmiddellijk toe: aan het alternatief dat hij met zijn Sigma 150-500 mm f5-6.3 apo dg os op het world wide web toverde, kan ik niet tippen.
Niet getreurd evenwel. Het is maar waar je je prioriteiten legt.
Graag hoor ik de mening van de professional over het werkstukje van een collega van hem, Volkskrantfotograaf Marcel van den Bergh. Toch een prijswinnaar met enige reputatie. In het Vervolg van gisteren.

Met gekromde tenen heb ik het relaas van Merijn Rengers en Ianthe Sahadat (verbaas me al jaren over de taakverdeling bij zulke co-producties – om de beurt een zin, of zoiets? -) gelezen. De zoveelste teloorgang van een klokkenluider die het kind van z’n eigen rekening dreigt te worden. Weigerde als docent aan het ROC Rijn-IJssel mee te doen aan het tekenen van lesbriefjes die moesten leiden tot het incasseren dubbele subsidies. Gesjoemel van de bovenste plank dus. In een Dan Brown/Stieg Larsson-achtige setting waarin zelfs een hoofdofficier van justitie als toezichthouder z’n dubieuze partijtje dapper meeblies. Klokkenluiders met een principieel verhaal worden, zo blijkt maar weer eens, ondanks hun bewezen gelijk uiteindelijk door de samenspannende krachten keihard in de kou gezet en gedegradeerd tot de paria’s van onze maatschappij. Een schande.
De uitsmijter van het stukje onderzoeksjournalistiek was veelbetekenend. Een Rijn-IJssel-manager tegenover onderzoeksbureau Deloitte: ‘ Als het gevolg van het onderzoek is dat de subsidie moet worden terugbetaald, vind ik dat zeer onrechtvaardig gezien het feit dat naar mijn mening dit een breed gedragen praktijk is in roc land.‘ (ik heb zelf de essentie maar even vetgedrukt)

Tot zo ver de inhoudelijke kant van de zaak.
Dan nu de foto’s van Van den Bergh die het geheel verluchtigen. Niks mis met het gebouw van Rijn-IJssel. Bij een somber verhaal hoort een sombere foto. Een regenachtige dag dus. Onder paraplu’s ontvluchten de studenten van het sjoemel-instituut hun strak vormgegeven inrichting. Maar dan dat intrigerende portret van de betreurenswaardige